Onder de Menenpoort in Ieper, wanneer de laatste noten van de Last Post wegsterven, voel ik het tot in mijn kern: herdenken is méér dan cijfers. Het is een oproep aan onze menselijkheid en een gedeelde verantwoordelijkheid.

Wat de cijfers mij vertellen
In de Westhoek brengen herdenkingsinitiatieven elk jaar duizenden mensen samen. In 2024 waren dat er bijvoorbeeld 352.300, waarvan 30% uit het Verenigd Koninkrijk kwam. Dat is bijna weer het niveau van vóór de grote herdenkingsperiode 2014–2018, toen we jaarlijks zo’n 360.000 bezoekers trokken. Tijdens de piek in 2018 steeg het aantal zelfs tot 789.500. In 2019 – het eerste jaar erna – zakte het terug naar 415.800.

Die blijvende internationale belangstelling is fantastisch en komt voort uit jarenlange samenwerking tussen lokale besturen, musea, vrijwilligers en gemeenschappen. Toch moeten we bij zulke aantallen ook stil durven staan. Herdenken is immers geen spel van statistieken, het is een maatschappelijke opdracht. Het brengt mensen samen, verbindt geschiedenis met engagement en schept ruimte voor dialoog en bewustwording.

Ik vraag me wel eens af: als we in onze communicatie zo hard hameren op bezoekersaantallen, bereik en economische impact, lopen we dan niet het risico voorbij te gaan aan wat werkelijk telt? Namelijk de menselijke verhalen, de kwetsbaarheid en de waarden die herdenken zin en betekenis geven. Met die bedenkingen in het achterhoofd kijk ik anders naar onze herdenkingsplechtigheden.

© Jan D’Hondt – Ateljé D

De menselijke kost van oorlog
Onze herdenkingsplechtigheden zijn inderdaad indrukwekkend. Van de ceremonie onder de Menenpoort tot de ingetogen fakkeltocht in Passendale: ze raken mensen recht in het hart. Maar achter die rituelen ligt een bredere verantwoordelijkheid. Herdenken is niet alleen een eerbetoon aan gesneuvelde soldaten, maar ook een kans om stil te staan bij de complexiteit van oorlog.

Wereldwijd eiste de Eerste Wereldoorlog naar schatting meer dan 17 miljoen mensenlevens, onder wie ruim 7 miljoen burgers. In de Westhoek alleen vielen meer dan 550.000 doden, waaronder bijna 30.000 burgers. Die cijfers dwingen ons verder te kijken dan louter militaire heldenmoed – ze verplichten ons ook de menselijke tol van oorlog te erkennen.

Bij de start van Gone West in 2014 pleitte Erwin Mortier voor “meerstemmigheid” in herdenken. Anno 2025 blijft dit een oproep die we ter harte moeten nemen. We moeten ruimte geven aan het stille, het ongemakkelijke en het menselijke. Niet alleen de soldaten, maar ook de vrouwen, kinderen, burgers – al die vergeten stemmen – verdienen een plaats in onze herinnering. Dit betekent dat we actief op zoek moeten gaan naar de verzwegen verhalen uit die oorlog.

Jongeren als stem van de toekomst
Ik ben blij dat bij die plechtigheden ook veel jongeren aanwezig zijn. Hun betrokkenheid stemt hoopvol: ze stellen nieuwe vragen, brengen frisse perspectieven en houden de herinnering springlevend. Tijdens de eeuwherdenking van WO I toonden initiatieven zoals GoneWest, waaraan duizenden scholieren meewerkten, hoe jong en oud samen geschiedenis kunnen herdenken en begrijpen. En recent brachten tientallen jongeren de nacht door in het In Flanders Fields Museum in Ieper. Onder hen ook jongeren uit conflictgebieden – een krachtig experiment om de Eerste Wereldoorlog eens door een minder westerse blik te bekijken. Ze dachten mee na over de vernieuwing van het museum; voor sommigen was het oorlogsleed van 1914-’18 pijnlijk herkenbaar vanuit hun eigen ervaring. Deze jonge stemmen geven concreet vorm aan die “meerstemmigheid” en zorgen dat herdenken betekenisvol blijft voor de toekomst. Bovendien raakte dit project aan het thema “ontheemd zijn” – geen wortels meer hebben – dat een eeuw geleden al speelde en vandaag nog steeds realiteit is. Het toont hoe erfgoededucatie jongeren kan verbinden over taal- en cultuurgrenzen heen.

© Jan D’Hondt – Ateljé D

Ontheemding als spiegel
Zo heeft de expo Ontheemd in het In Flanders Fields Museum mij bijzonder geraakt, precies omdat ze zo’n verzwegen verhaal vertelt. Die tentoonstelling belicht het lot van de anderhalf miljoen Belgen die in 1914 op de vlucht sloegen bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Dat was een kwart van de toenmalige bevolking – een getal dat nauwelijks te bevatten is.

Opvallend is dat het museum bewust spreekt van “ontheemden” in plaats van “vluchtelingen”. Die nuance is veelzeggend. Ontheemd zijn betekent ongewild je huis en haard achterlaten, vaak zonder te weten waarheen en of je ooit nog zult terugkeren. Het is een breuk in een mensenleven – het verlies van vertrouwde grond, gewoontes en gemeenschap. En die breuk werkt generaties lang door.

De tentoonstelling maakt dat onbegrip tastbaar met persoonlijke verhalen, objecten en beelden. Een kinderschoentje dat achterbleef in een kelder. Een vergeten brilletje dat via een omweg terug in het museum belandde. De stemmen van geëvacueerde kinderen, illustraties van hedendaagse kunstenaars, getuigenissen in de straten van Ieper – ze maken duidelijk dat ontheemding niet stopt op het moment van vertrek. Het nestelt zich in herinneringen, familieverhalen, stil verdriet.

We moeten deze verhalen blijven vertellen – niet alleen om het verleden te begrijpen, maar ook om het heden te kunnen duiden. Want de omstandigheden waarin mensen vluchten verschillen, maar de impact van ontheemding is universeel. Gaza, Oekraïne, Soedan… de echo’s klinken vandaag pijnlijk herkenbaar. Herdenken betekent ook erkennen dat die pijn nog altijd bestaat.

Een bijzonder moment van reflectie beleefde ik onlangs bij de Menenpoort in Ieper, waar we het kunstwerk The Hauntings mochten verwelkomen. Deze 6,5 meter hoge smeedijzeren figuur van een soldaat verbeeldt de “gewone man” die door oorlog getekend is. Hij kijkt uit over de duizenden namen van vermiste gesneuvelden op de poort en roept op tot bezinning over verlies, menselijkheid en veerkracht. Het werk herinnert mij eraan dat zelfs onder de zwaarste omstandigheden de goede eigenschappen in de mens kunnen blijven bestaan. Telkens besef ik: dit gaat niet alleen over toen, maar evenzeer over nu.

© Jan D’Hondt – Ateljé D

Waarom herdenken vandaag nog nodig is
De relevantie van herdenken reikt veel verder dan het verleden, en dat voel ik vandaag sterker dan ooit. De wereld wordt opnieuw geteisterd door conflicten die mensen op de vlucht jagen, gezinnen uit elkaar rukken en levens abrupt beëindigen. De oorlog in Oekraïne, de humanitaire ramp in Gaza, het geweld in Soedan, de dreigende agressie vanuit Rusland – het zijn geen verre echo’s, maar harde realiteiten van nu.

Herdenken biedt ons een kader om deze conflicten niet alleen te benoemen, maar ook te begrijpen. De verhalen van WO I leren ons over de gevolgen van ongeremd nationalisme, propaganda en falende diplomatie. Ze herinneren ons eraan dat vrede nooit vanzelfsprekend is, en dat empathie en waakzaamheid vandaag net zo nodig zijn als toen.

Herdenken is ook een oproep tot solidariteit – tot het erkennen van kwetsbaarheid, het beschermen van mensenrechten en het versterken van internationale samenwerking. Door verleden en heden met elkaar te verbinden, kunnen we herdenken opnieuw betekenis geven. Niet enkel als toeristisch product, maar vooral als ethische daad. Niet als routineuze ceremonie, maar als uitnodiging tot verantwoordelijkheid.

Daarom mijn oproep: laten we van herdenken een levende opdracht maken. Als u de volgende keer onder de Menenpoort staat of een herdenkingsplechtigheid bijwoont, sta dan niet alleen stil bij wat is geweest, maar denk ook na over wat wij vandaag kunnen doen om menselijkheid te bewaren. Herdenken doen we samen – uit respect voor het verleden en als belofte voor de toekomst. Of, wat scherper gesteld: Als we het verleden enkel herdenken om ons geweten te sussen, maar nalaten om wat vroeger gebeurde door te trekken naar wat vandaag gebeurt, wordt herdenken dan niet heel gratuit? Of zelfs hypocriet?