Gisteren openden we de vlonderweide in provinciedomein De Gavers officieel. Na de uitbreiding van De Gavers met maar liefst 20 hectare, kan je er vandaag dus nóg meer natuur beleven. Nabije natuur, natte natuur en vooral ook toegankelijke natuur staan hier centraal. Waarom dit belangrijk is? Ik neem jullie mee naar de vlonderweides in De Gavers om dat vanuit de praktijk te tonen.

© Foto: Tuur Beernaert

Boomhut. Mol. Waterdiertjes.

Hier staat vandaag een boomhut. Kinderen zullen er in klimmen, uitkijken over het landschap, en een mol horen vertellen hoe de bodem in elkaar zit. Ze zullen waterdiertjes zoeken die de meeste volwassenen nooit van naam kennen. En dat is precies het punt.

Want wat wij normaal vinden, is niet normaal. Het is gewoon het enige wat wij nog kennen.

Biologen noemen dat het ‘shifting baseline syndrome’. Elke generatie groeit op met een andere referentie voor wat natuur is. Mijn grootouders kenden een landschap vol meersen, grachten en natte weiden — een landschap dat water vasthield, dat zong in de lente, dat bulkte van het leven. Wij kenden het nog vaag, als iets uit verhalen. Onze kinderen kennen het niet meer. En als ze het niet kennen, zullen ze het ook niet missen. En wat je niet mist, verdedig je niet.

En toch is er een probleem. De zaken die het meest tellen, zijn precies de zaken die het minst opvallen. Een psycholoog zou zeggen: hoe groter de schade, hoe kleiner de emotionele reactie. Een foto van één kind met blaasjes na een duik in een vervuilde beek raakt ons. Een grafiek over de achteruitgang van boerenlandvogels over dertig jaar — ja, dan knikken we, en dan klikken we door. Maar ondertussen zijn de veldleeuwerik en de grauwe kiekendief gewoon verdwenen. Geen krantenkoppen. Gewoon weg. En elke generatie die zonder hen opgroeit, beschouwt die stilte als normaal. Ze worden niet gemist, want niemand heeft ze nog gekend. Dat is het eigenlijke gevaar: niet de crisis die knalt, maar de crisis die sluipt. De natuur die verdwijnt uit het landschap, en daarna verdwijnt uit het geheugen, en daarna verdwijnt uit de politieke agenda — omdat niemand meer weet wat er te verdedigen valt.

Dat is precies waarom wat we hier vandaag openen geen luxe is. Het is een vaccin tegen vergeetachtigheid.

Natuur be-leven

Wouter Deprez geeft hier aan acht luisterpalen een stem aan het onzichtbare. Aan het moeras dat praat, de druppel die een verhaal draagt. Dat is geen poëtische franje bij de echte boodschap — dat ís de echte boodschap. Beleid legt de basis — maar natuur behoud je alleen als mensen haar ook willen verdedigen. Door mensen — en vooral kinderen — te laten voelen dat ze er deel van zijn. Dat ze niet bezoekers zijn van een reservaat achter een hek, maar bewoners van een landschap. Wouter heeft al langer bewezen dat hij weet hoe je mensen in beweging brengt voor wat de moeite waard is. Dat hij zijn stem hier vandaag aan dit landschap geeft, is dan ook geen toeval.

We hebben in Vlaanderen te lang natuur behandeld als iets dat afgebakend wordt, beschermd achter prikkeldraad, ver weg van het gewone leven. Natuur als een zeldzaamheid in een vitrine.

Precies daarom is dit meer dan een recreatieproject. Wat we hier bouwen, is een geheugen. Een plek waar kinderen leren dat natuur geen decoratief randje is aan de maatschappij, maar de infrastructuur waarop alles rust — ons water, onze bodem, onze gezondheid. Een plek waar de vrouw die zich afvraagt wat er in het kraanwater van haar dochter zit, het antwoord niet alleen in een rapport vindt, maar in een waterdiertje op een vlonder. Bestuurders in dit land — en ik kijk daarbij ook in de spiegel — maken vaak de fout om natuur te behandelen als een sector naast andere sectoren, iets voor de begroting van Natuur en Omgeving, netjes afgezonderd van wonen, gezondheid, armoede, landbouw. Maar natuur ís die andere sectoren. Wie investeert in een meersenlandschap dat water vasthoudt, investeert in drinkwater. Wie investeert in biodiversiteit, investeert in de medicijnen van morgen. Wie investeert in de boomhut waaruit een kind voor het eerst over een glooiend landschap uitkijkt — die investeert in een burger die straks weet wat er op het spel staat.

© Foto: Tuur Beernaert

Wat we hier concreet gerealiseerd hebben, mag dan ook gezien worden. De provincie investeerde ruim twee miljoen euro in de uitbreiding van dit domein — van 192 naar 212 hectare. In dit nieuwe gebied herstelden we het historische meersenlandschap. Oude grachten werden opnieuw opengelegd, stuwen houden het water langer vast. Het landschap werkt opnieuw als een spons. De Gaverbeek meandert opnieuw. Natte weiden ontstaan waar droge akkers lagen.

Voor gezinnen met kinderen is er een educatieve lus met eilandjes, waar ze spelenderwijs meer ontdekken over grondwaterpeil, waterdiertjes, wolken, bodem en biodiversiteit. Er is een educatieve hoogstamboomgaard van ongeveer één hectare, met een honderdtal oude fruitboomrassen die hun wortels hebben in dit meersengebied. Aan de randen legden we een nieuwe bosgordel aan — drie hectare bos erbij. Via vlonderpaden, knuppelpaden en halfverharde wandelpaden kunnen bezoekers het natte gebied van dichtbij beleven, ook in de winter, ook met een kinderwagen of rolstoel.

Dat alles is ook de uitdrukking van een bredere keuze. Als provincie blijven we investeren in meer natuur — niet als ornament, maar als infrastructuur. We weten dat de druk op grond groot is. We weten dat Vlaanderen bindende Europese verplichtingen heeft rond natuurherstel. Maar we weten ook: elke hectare die je herstelt, elke plek waar een kind leert wat natuur écht is, is een argument dat zichzelf hernieuwt. Niet in beleidsnota’s, maar in hoofden.

Dat is het draagvlak dat we de komende jaren hard nodig zullen hebben. En het begint vandaag — in een boomhut, bij een kind dat een mol hoort vertellen.

Welkom in De Gavers.