Beste mensen van Reningelst. Beste mensen van Westouter.

We zijn hier voor een opening. Voor een lintje, een startschot, een “vanaf vandaag”. Dat verwacht je bij zoiets.

Maar eerlijk? We vieren vandaag geen startpunt. We vieren een verjaardag. De dertigste.

Want de eerste brief over dit pad vertrok in 1996. Toen lag dit pad er nog niet. En het zou er dertig jaar lang nóg niet liggen.

Dit is een wandelpad van anderhalve meter, langs een strook van vijf meter die we vrijhouden voor de beek. Onverhard. Gras. Je stapt erover in een paar minuten.

Maar het is dertig jaar oud, nog voor iemand er een voet op zet.

Dertig jaar. Laat dat eens bezinken. In 1996 vertrok de eerste brief. Daarna kwam er nog een. En nog een. Er kwamen openbare onderzoeken — twee zelfs. Er kwam een bezwaar bij de gouverneur. Er kwamen nota’s, terreinbezoeken, vergaderingen. En het mooiste antwoord uit heel het dossier — ik citeer bijna letterlijk — was: “Van zodra er wat ruimte is, wordt dit opnieuw opgestart.”

En ja, laat ik daar eerlijk over zijn. Dit dossier is lang niet de hoogste prioriteit geweest. Niet bij de stad, niet bij de gemeente, niet bij de provincie. Andere dingen gingen voor. Dertig jaar lang ging er telkens iets anders voor. Eerlijk is eerlijk.

Maar één groep gaf niet op.

Niet de besturen. Wél de mensen die bléven schrijven. Piet Hardeman. Natuurfonds Westland, later Natuurpunt De Bron. De vrijwilligers van Trage Wegen. Het bewonersplatform van Reningelst. Het Regionaal Landschap. Mensen zonder mandaat, zonder budget, zonder dienst onder zich. Alleseen koppigheid en liefde voor hun streek. Ze maakten in 2005 zelfs een hele studie, segment per segment, met foto’s en kaarten. Twintig jaar geleden.

Dat is wie we vandaag eigenlijk vieren. Niet de beslissing. De volharding.

En ik geef het toe: voor een politicus is er weinig dat zo zoet is als een dossier met zo’n lange baard eindelijk tot een goed einde brengen. Het is dan ook niet toevallig dat deze buurtweg op mijn boodschappenlijstje stond toen ik eind 2018 in Boeverbos aan de slag ging. Sommige dossiers erf je. Dit is er één die ik bewust heb meegenomen, met de overtuiging: dit gaan we deze keer wél oplossen.

En nu staan we dus hier. Twee dorpen, aan de voet van de West-Vlaamse heuvels. Twee dorpen die graag eens plagen over wie de beste voetbalploeg heeft, wie de beste koers rijdt, en natuurlijk over de fietsmarathon — dit jaar al aan de negende editie. Elk dorp rijdt rondjes voor de eer, en de winnaar mag zijn vlag een maand lang in het andere dorp planten. De stand? Zes-drie voor Reningelst. Maar de Westouternaars hoeven niet te treuren: de laatste editie, die van dit jaar, die in het water viel — letterlijk — die wonnen zí. Een gezonde rivaliteit, zeg maar. Maar laat ik jullie vertellen hoe verbonden jullie eigenlijk zijn.

Jullie delen hetzelfde water. De beken hierboven bij Westouter stromen naar beneden, de vallei in, naar Reningelst toe. Het water van het ene dorp loopt naar het andere. Dit pad? Dit pad volgt net die beek. We verbinden geen twee dorpen die toevallig naast elkaar liggen. We leggen een pad langs de ader die jullie al eeuwen delen.

En dat water verbindt jullie niet alleen, het vraagt ook samenwerking. Aan het andere einde van dit pad, in Westouter, werd onlangs De Meersen van Westouter afgewerkt. Een project van de gemeente Heuvelland en de provincie samen: de gemeente kocht de gronden en legde er een ravotzone aan, en de provincie nam het waterluik voor haar rekening — een volledig nieuw, kronkelend tracé voor de Franse Beek, met stuwen en bufferpoelen. Samen goed voor zo’n miljoen euro: ongeveer 400.000 van de gemeente, 600.000 van de provincie. En weet je wat het mooiste is? Diezelfde Franse Beek is de beek waarlangs jullie straks wandelen. Het is één en hetzelfde water.

En die werken in Westouter zijn er in de eerste plaats om Reningelst te beschermen tegen wateroverlast. Denk daar even over na. In het ene dorp leggen we werken aan om het andere dorp droog te houden. En tussen die twee plekken loopt vanaf vandaag een pad. Of hoe een provinciebestuur op twee manieren tegelijk voor verbinding zorgt: in de beek met het water, ernaast met een wandelweg.

En laat me eerlijk zijn over wat we hier als provincie gedaan hebben, want het is geen klein ding. Wij hebben hier de vijf meter brede onderhoudsstrook langs de beek aangekocht. Dat is uitzonderlijk. Want als waterloopbeheerder hébben we daar al een wettelijk recht van doorgang — we hadden dus niets hoeven kopen. Het moet dus al om iets bijzonders gaan vooraleer we dat doen.

Waarom hier wel? Omdat ik vooral heb ingezet op wat deze verbinding extra oplevert. Met dit pad haakt Reningelst aan op het wandelnetwerk Heuvelland — een van de drukst bewandelde netwerken van heel West-Vlaanderen, dat doorloopt tot over de Franse grens. Tot nu was Reningelst enkel een instappunt; vanaf vandaag is het een échte schakel in dat netwerk.

En dat is niet alleen plezier voor de wandelaar. Dat is ook brood op de plank. Want wandelaars komen van verder, blijven langer, en geven onderweg geld uit — in onze cafés, bij onze hoeveproducenten, in onze logies. Een dorp dat aanhaakt op zo’n netwerk, haalt die wandelaars binnen. Reningelst, met zijn vernieuwde dorpskern en zijn Kinderbrouwerij langs dit pad, ligt daar klaar voor.

Want dat is wat dit pad eigenlijk is. Meer dan een wandelweg.

Het is die strook van vijf meter langs de beek. En die strook doet drie dingen tegelijk. Ze laat ons wandelen, van het hart van Reningelst zo het open landschap in. Ze brengt ons dichter bij het water — bij hoe een beekvallei eruitziet, klinkt, leeft. En ze beschermt dat water: we maken ruimte voor de beek, een buffer tegen erosie en tegen wat er afspoelt. Wandelen, beleven én een propere beek. In één pad.

Dat is voor mij waar het altijd om gaat. Natuur is geen luxe naast ons dagelijks leven. Het ís ons dagelijks leven. Gezondheid, proper water, een plek om te stappen — dat hoort samen.

Daarom wil ik danken. De stad Poperinge en de gemeente Heuvelland, die dit samen oppakten. Het Regionaal Landschap. Westtoer. En de eigenaars en de landbouwers die hiervoor grond verkochten, ruilden of openstelden. Voor een boer is grond geen detail — het is zijn werk, zijn inkomen, zijn stuk van de streek. Dat ze meewerkten aan iets dat van ons allemaal wordt, is niet vanzelfsprekend. Zonder hen ligt hier niets. Een trage weg maak je niet op een bureau. Je maakt hem met buren die meedoen.

Eén ding nog, en het raakt me. Iemand liet me weten dat hij dit pad graag wil verkennen met zijn rolstoel — een stevige, met terreinbanden, elektrisch aangedreven. Vandaag lukt dat nog niet helemaal: er zitten een paar putten in het tracé, en een klein grachtje in de weg. Dat gaan we de komende maanden in orde brengen. Want een pad dat verbindt, hoort er zoveel mogelijk een te zijn voor iederéén.

En nu het belangrijkste. Een pad is pas af als er voeten over gaan. Er liggen wandelingen klaar van 5,4, van 7,5 en van 11 kilometer. Infopunt in Westouter bij De Meersen, infopunt in Reningelst bij de Kinderbrouwerij.

Trek jullie schoenen aan. En wandel van het ene dorp naar het andere — over een pad waarop jullie dertig jaar hebben gewacht.

Dank jullie wel.