Kijk even naar de foto hierboven. Een hand en een vleugel, vlak bij elkaar, met daartussen één kleine open ruimte. Wie ooit het plafond van de Sixtijnse Kapel heeft gezien, herkent die ruimte meteen: het is de afstand tussen de vinger van God en de vinger van Adam, het ogenblik net vóór de vonk overspringt en de mens tot leven komt. Michelangelo schilderde daar het begin van alles. En de fotograaf plaatst aan het andere eind van diezelfde vonk geen eerste mens, maar een sperwer. Een dode sperwer, op gebarsten aarde.

Het is een vogel die je niet meteen in zo’n tedere pose verwacht. De sperwer is een jager — snel, gedreven, gemaakt voor de flitsende verrassingsaanval, een vogel die zijn hele bestaan op zijn ogen vertrouwt. En precies die vogel ligt hier neer, niet geveld door een sterkere roofvogel of door de honger, maar door glas. Door een raam dat hij niet kón zien. Een meester van de jacht, gebroken op een doorzichtige muur die wij hebben gezet. Deze tentoonstelling heet MortAmour, dood en liefde in één adem, en nergens komen die twee dichter bij elkaar dan hier: de dood in het beeld, de tederheid in dat reikende gebaar.

Maar laat me u iets over deze vogel vertellen wat de meeste mensen niet weten. Een halve eeuw geleden was de sperwer hier zo goed als verdwenen. Onze grotere roofvogels stierven weg — deels door het geweer, deels door een gif dat we royaal over onze velden uitstrooiden en dat zich opstapelde tot helemaal bovenaan de voedselketen, waar het de eierschalen zó dun maakte dat ze braken onder het gewicht van het broedende wijfje zelf. Het leek onomkeerbaar. En toen deden we iets opmerkelijks: we veranderden van gedachten. We verboden het gif. We beschermden de nesten. En traag, jaar na jaar, kwamen ze terug. De sperwer die hier voor u ligt, behoort tot een soort die wij ooit, met diezelfde mensenhand, van de rand hebben teruggehaald.

Dat is wat dit beeld voor mij zo eerlijk maakt. Die hand is dubbel. Het is de hand die het glas zette én de hand die het gif verbood. Wij zijn de oorzaak én de mogelijke troost — en we hebben al bewezen dat we dat tweede kunnen zijn.

En toch kijken we zo vaak de verkeerde kant op. Vraag wat de grootste door de mens veroorzaakte doodsoorzaak is bij vogels, en de meeste vingers wijzen meteen naar de windmolen aan de horizon. Maar het zijn de kat, het glas en het verkeer die de echte tol eisen — elk een veelvoud van wat de molens vragen. We staren naar wat opvalt, en we missen wat vlak bij ons gebeurt. Net zoals deze sperwer het glas niet zag dat hem doodde, zien wij ons eigen glas niet. Onze grootste impact op de natuur is zelden datgene wat we het luidst aanwijzen.

Kijk daarom nog één keer naar die kleine ruimte tussen de vingertoppen. Ze is er nog. De vonk is nog niet overgesprongen. En het is niet langer de hand van een god die daar reikt — die was het nooit. Het is de onze. We hebben deze soort al eens van de ondergang gered toen het er echt op aankwam; de enige vraag die deze foto stilletjes bij ons neerlegt, is of we het opnieuw willen doen.

Dank aan de fotograaf, om ons die vonk te tonen. En dank aan u, om straks nog even bij deze sperwer stil te staan als je MortAmour bezoekt.