Ik sta aan Tyne Cot Cemetery. Geen muziek. Geen show. Enkel rijen stenen en een wind die nooit echt stopt. En toch gebeurt er iets — in je hoofd, in je buik. Je denkt: dit mag nooit wegzakken. Punt. Daarom is herdenkingstoerisme voor mij geen “thema”, maar een opdracht én een kans. Voor de Westhoek, voor heel West‑Vlaanderen. 

Want oorlog is geen verleden tijd 

We zouden graag zeggen: “dat was toen.” Maar oorlogen blijven jammer genoeg actueel. Kijk naar Oekraïne. Naar Gaza. Naar Soedan. Naar zoveel plekken waar vandaag mensen hetzelfde meemaken als hier honderd jaar geleden. 

Wij kunnen dat niet terugdraaien. Wij kunnen de wereld niet ongedaan maken. 

Maar wij kunnen wel iéts doen. Wij kunnen blijven herdenken. Blijven leren. Blijven doorgeven. Niet met grote woorden, maar met echte plekken en echte verhalen. 

Met de ongemakkelijke vraag 

Iets meer dan honderd jaar geleden was hier ook oorlog. Wij zeiden na de Tweede Wereldoorlog heel overtuigd: nooit meer

En toch zien we vandaag opnieuw oorlog. Alsof “nooit meer” soms alleen een mooie slogan is. 

Dus de ongemakkelijke vraag is: Wat betekent “nooit meer”, als we er niet naar handelen?  

In West-Vlaanderen geven we elke dag een deel van het antwoord. Niet omdat herdenken op zich oorlogen stopt — maar omdat een samenleving die vergeet wat oorlog doet, ook de reflex verliest om hem te voorkomen. Herdenken is een voorwaarde, geen sluitstuk.

Cijfers tonen hoe actueel het thema blijft  

Met Westtoer doen we ondertussen al zo’n 20 jaar aan bezoekersonderzoek WOI-herdenkingstoerisme. Sinds 2006 worden jaarlijks heel wat gegevens bijgehouden, met steun van Toerisme Vlaanderen. Weinig herdenkingsregio’s in Europa beschikken over zo’n langlopende monitor. 

Hoeveel bezoekers komen langs? Waar komen bezoekers vandaan? Waar verblijven ze? Hoelang blijven ze? Het is allemaal interessante informatie die ons alleen maar versterkt.  

In 2025 kwamen er 363.800 herdenkingsbezoekers naar de Westhoek. Dat is +3% tegenover 2024. Dat is stevig. En het is opnieuw ongeveer op het niveau van vóór de herdenkingsperiode. 

Wat vertellen de cijfers ons?  

1) De Westhoek is weer van ons allemaal — én van de wereld. 

In 2025 waren 51% van de bezoekers afkomstig uit België, terwijl 49% van de bezoekers uit het buitenland kwam. Dat is belangrijk. Want herdenken is niet “iets voor toeristen van ver”. Het leeft ook bij ons. 

2) De Britten blijven een sleutel. En tegelijk een aandachtspunt. 

De Britse markt heeft een aandeel van 28%. Maar ze doet het -4% tegenover 2024. Dat komt vooral door een daling bij schoolbezoekers en kleinere groepsgroottes. Individuele Britse bezoekers bleven stabiel. 

Dat is een signaal. Geen paniek. Wel werk. Samen met de herdenkingssites, de gidsen en onze Vlaamse partners zetten we daar gericht op in — met sterkere schoolprogramma’s en herdenkingsreizen die Britse leerlingen én leerkrachten opnieuw overtuigen om de oversteek te maken. 

3) Veel bezoekers komen alleen. Maar scholen blijven enorm belangrijk. 

De verdeling is heel duidelijk: 

  • 55% individueel = 201.200 bezoekers  
  • 38% schoolgroepen = 137.500 bezoekers  
  • 7% volwassenengroepen = 25.100 bezoekers  

Dus ja: we moeten blijven inzetten op beleving voor individuele bezoekers. Maar even hard op onderwijs, gidsen en sterke omkadering voor scholen. 

4) Herdenken gebeurt vaker met een daguitstap — maar slapen blijft groeien. 

In 2025 is de verdeling: 

  • 43% dagtoerisme = 156.800 bezoekers  
  • 28% verblijf in de Westhoek = 100.100 bezoekers  
  • 29% verblijf buiten de Westhoek = 106.900 bezoekers 

De monitor zegt ook: het verblijfstoerisme neemt verder toe, vooral in de omliggende regio’s; in de Westhoek zelf zit het verblijf opnieuw op het niveau van 2019. Dat is een signaal: we kunnen mensen nog beter uitnodigen om langer te blijven — met respect voor de plek.  

5) Kwaliteit is onze grote troef. En daar ben ik trots op. 

Bezoekers zijn zeer tevreden: 92% geeft het WOI‑erfgoedbezoek de hoogste scores. En zegt hetzelfde over de gastvrijheid van onze lokale ondernemers. Dat gaat over mensen: over warme ontvangst, over kleine gebaren. Van een koffie in Poperinge tot een goede uitleg in Talbot House. Dat cijfer verdient zeker en vast applaus.

Erich Maria Remarque schreef in 1929, in het voorwoord van Im Westen nichts Neues, dat zijn boek ‘noch een aanklacht, noch een bekentenis’ wilde zijn — enkel ‘een poging om verslag te doen over een generatie die door de oorlog werd verwoest, ook al was ze aan zijn granaten ontkomen.’ Dat is, bijna woordelijk, wat onze herdenkingsplekken doen. Elke dag opnieuw.

Met plekken die het verhaal dragen 

Dit verhaal leeft op veel plaatsen. En we moeten ze blijven noemen. Want mensen komen niet “voor een thema”. Ze komen voor iets dat binnenkomt. 

Voor de stilte op Tyne Cot Cemetery.  
Voor de Last Post aan de Menenpoort, elke avond opnieuw.
Voor de rijen namen in Lijssenthoek Military Cemetery.  
Voor de soberheid van Duitse militaire begraafplaats Langemark en Duitse militaire begraafplaats Vladslo.  

Voor de rauwe realiteit van de Dodengang.  
Voor de blik die verandert in het In Flanders Fields Museum.  
Voor de vragen die blijven hangen na het Passchendaele Museum

Voor het kraterlandschap aan Hooge Crater Museum.
Voor de verhalen van mensen in Talbot House.  
Voor de tastbare sporen in Bayernwald.  
Voor de context en het landschap bij Bezoekerscentrum Westfront.  
Voor de spiegel die we krijgen in Museum aan de IJzer

Dat zijn geen plekken “om te consumeren”. Dat zijn plekken die u iets teruggeven. Soms zelfs iets ongemakkelijk. En juist daarom zijn ze nodig. Samen vormen ze één groot verhaal.  

Tot slot 

We kunnen oorlog niet uitwissen. Maar we kunnen wel voorkomen dat we vergeten wat oorlog doet. 

Herdenken is ons sterkste antwoord op het vergeten, zonder één schot te lossen.