Gedachten bij een verjaardag, een afteltklok en een tovenaar die op deuren klopt

Wellicht is het niemand opgevallen: ik loop al enkele maanden wat onrustig rond. Misschien herken je het wel, zo’n onbestemd gevoel dat je meer structuur in je werk moet zien te krijgen, dat je dringend werk moet maken van helderder geformuleerde doelen. En tegelijk een knagend gevoel dat het misschien allemaal toch wat beter moet, dat het wat meer mag zijn.

Nu ben ik niet iemand die snel onrustig wordt. Al heel mijn loopbaan leg ik de lat graag hoog, doe ik hard mijn best om er ook effectief over te raken, maar kan ik er perfect mee leven als het finaal (net) niet lukt. ‘The trip is the journey’ is daarbij zo’n beetje mijn motto. Misschien herken je dat ook wel.

Om maar te zeggen, de onrust die ik de voorbije maanden voelde was een heel nieuwe gewaarwording. En al brak ik er letterlijk mijn hoofd op, het lukte me niet om bij mezelf te weten te komen waar die onrust vandaan kwam. Tot gisteren. Tijdens een lange wandeling, ter hoogte van de Havermuis (die straat bestaat echt), viel mijn frank.

De volgende dag zou ik jarig zijn (vandaag dus). Nu heb ik daar eigenlijk zelden een bijzonder gevoel bij — het is vooral een welkom excuus voor een lekkere maaltijd en een goed glas wijn. Maar deze keer was het anders. Ik word 57. Exact tien jaar van mijn pensioen. Ergens in mijn hoofd is er, zonder dat ik er toestemming voor gaf, een klok beginnen aftellen. En ze tikt hard. Tien jaar lijkt veel. Maar ik weet ook hoe de voorbije tien jaar zijn voorbijgegaan. Als een zucht. En dat is precies wat me schrik geeft.

Wat me wakker houdt, is niet de vraag of ik gelukkig ben geweest. Dat ben ik. De vraag die me knaagt is een andere: zal ik er straks, als de afteltklok op nul staat, in geslaagd zijn om er echt toe gedaan te hebben? Niet voor mezelf — maar voor de wereld buiten mezelf.

Als ik ergens impact wil hebben, als ik ergens waarde wil creëren die verder reikt dan mijn eigen leven, dan is het hier: in het streven naar een gezonde leefomgeving voor alle West-Vlamingen. Geen toevallige keuze, maar iets waar ik oprecht in geloof. Al zijn er momenten geweest waarop ik het gevoel had dat ik vooral water naar de zee aan het dragen ben. Of dat ik geen deuk in een pak boter geslagen krijg. Zeker het laatste jaar zijn die momenten vaker gekomen.

Het was niet toevallig dat ik uitgerekend die dag, met dat knagend gevoel, naar een podcast van één van mijn grote helden, de Nederlandse auteur en historicus Rutger Bregman luisterde.  

In zijn laatste publicatie snijdt hij een ongemakkelijke waarheid aan. We leven, zegt hij, in een tijdperk van moreel verval. Niet zozeer bij gewone mensen, maar bij de elite: de politici, de academici, de mediabedrijven die de rug rechtzetten voor macht en comfort in plaats van voor principes. Die het beheren van het heden verwarren met het bouwen aan de toekomst. Die weten wat er moet gebeuren, maar wachten op een beter moment.

Maar hij stopt niet bij de aanklacht. Want de geschiedenis, zegt Bregman, laat ook iets anders zien. Elke grote morele omwenteling — het vrouwenstemrecht, de opkomst van de verzorgingsstaat — begon met een kleine groep mensen die weigerden te berusten. Die niet wachtten. Die bouwden.

Dat beeld liet me niet los. En toen hoorde ik in de podcast hoe Bregman Gandalf opvoert die op de deur van Frodo klopt. Gandalf, de tovenaar uit Lord of the Rings die de wereld in brand ziet staan en op zoek gaat naar mensen die hem willen blussen.

Ik herkende het gevoel. Maar ik herkende ook iets anders.

Want Gandalf klopt niet op één deur. Gandalf gelooft niet dat één Frodo de brand kan blussen. Gandalf verzamelt. En misschien is dat wel wat ik de komende tien jaar wil zijn. Niet de held van het verhaal — maar degene die op deuren klopt. Die op zoek gaat naar mensen die de Westhoek niet als decor zien, maar als iets wat de moeite waard is om voor te knokken. Die samen met mij niet alleen willen nadenken over welke brand het grootste is — maar hem straks ook mee willen blussen. Of dat lukt, weet ik niet. Maar ik weet wel dat ik het wil proberen.

De afteltklok tikt. En misschien is dat net goed.