De kracht van het kleine
Goedenavond aan iedereen die vanavond hier is voor het toerisme in het Brugs Ommeland,
Dames en heren,
Laat me ook vanavond beginnen met dankbaarheid. Het jaaractieplan dat vanavond voorligt is het werk van Thomas en zijn team – gebouwd op de inbreng van lokale besturen en heel wat ondernemers in deze regio. Dat is geen administratieve oefening. Dat is vertrouwen in actie. Dikke merci aan iedereen die zijn schouders daaronder gezet heeft.
Ik heb van Thomas de opdracht gekregen om het kort te houden – en voor wie mij kent: dat is voor mij een stevige oefening in zelfbeheersing.
En ook vanavond is mijn gedachte wat ongemakkelijk.
Beeld u een gemiddeld Oost-Vlaming in. Hij opent uw laptop. Hij typt: authentiek, rustig, Belgisch platteland. Hij scrollt. En scrollt. En boekt uiteindelijk iets dat er oké uitziet, ergens in de Ardennen.
Terwijl op acht kilometer van hier iemand het beste ontbijt van de provincie serveert. Het uitzicht dat hij zocht al dertig jaar bestaat. En de uitbater die zijn naam zou onthouden op hem wacht.
De uitbater wist alleen niet dat hij zocht. En de Oost-Vaming wist niet dat de uitbater bestond.
Er gaat momenteel geen woord vaker rond in de toeristische sector dan personalisering. De reiziger van morgen wil geen pakket. Hij wil een verhaal. Op zijn maat. Op zijn tempo. Digitaal geboekt, digitaal begeleid, digitaal geëvalueerd. Met data die onthouden wat hij vorige keer deed, en hem deze keer iets nieuws voorstellen.
Dat is de markt. Dat is de richting. Dat is onvermijdelijk.
En nu kijk ik naar het Brugs Ommeland.
Een regio met een van de rijkste en meest gevarieerde logieslandschappen van de provincie. Hoevecottages, B&B’s, gastenkamers in authentieke hoeves, kleinschalige vakantiewoningen omringd door velden en kanalen. Prachtig aanbod. Authentiek. Uniek.
En bijna allemaal gerund door één of twee mensen die ook nog de bedden opmaken, het ontbijt maken, de tuin onderhouden en de boekhouding doen.
Die mensen hebben geen digitaal team. Geen datawetenschapper. Geen budget voor een algoritme dat hun gast vóór is.
Maar ze hebben iets wat geen algoritme kan kopen. Ze kennen de naam van hun gast. Ze weten dat hij van verse confituur houdt en niet van lawaai. Ze stippelen zijn wandelroute uit terwijl het ontbijt nog warm is. Dat is geen kleinschaligheid als beperking. Dat is kleinschaligheid als kracht.
Mijn vrouw baat al 35 jaar een damesboetiek uit. In al die jaren is haar wereld grondig veranderd. Ooit volstond het om goede smaak en textielkennis te hebben. Nu moet ze dat nog altijd hebben – maar daarbovenop ook expert zijn in digitale marketing, sociale media en online zichtbaarheid. Een quasi onmogelijke combinatie voor één persoon.
Soms zie ik haar ’s avonds nog achter haar scherm zitten. Na een volledige dag in de zaak.
Die avond achter het scherm – dat is geen persoonlijk verhaal. Dat is een sectorverhaal.
De markt vraagt precies wat ons aanbod in wezen het best kan leveren – authenticiteit, kleinschaligheid, persoonlijk contact – maar de digitale infrastructuur om dat aanbod zichtbaar en bereikbaar te maken voor de reiziger van morgen, ontbreekt. Niet door onwil. Maar omdat u het tot nu toe heeft geaccepteerd dat het zo gaat. En omdat niemand u verteld heeft dat het anders kan.
De diagnose
Dit is geen verwijt aan de ondernemer. Integendeel.
Een logiesuitbater in het Ommeland die zijn gast een perfecte, persoonlijke beleving geeft – van de zelfgemaakte confituur bij het ontbijt tot de wandelroute die hij op maat uitstippelt – doet aan personalisering van het hoogste niveau. Alleseen staat hij er digitaal niet voor bekend. Zijn gast vindt hem misschien niet eens.
Terwijl een park zonder gezicht, ergens anders, wél wordt gevonden – omdat er een marketingteam achter zit.
Dat is het eigenlijke probleem. Niet de schaal van het aanbod. Maar de schaal van de infrastructuur errond.
De oplossing
En hier wil ik iets zeggen wat niet altijd gezegd wordt.
De oplossing is niet dat elke kleinschalige uitbater zelf een digitale expert wordt. Dat is noch realistisch, noch wenselijk. De oplossing is gedeelde infrastructuur. Een digitale ruggengraat die niet van elke ondernemer apart is, maar van de sector als geheel.
Andere sectoren doen dit al. Landbouwcoöperaties delen machines die elke individuele boer te duur zijn. Waarom zou de toeristische sector dit niet kunnen?
Stel u voor: een uitbater in Gistel die ’s ochtends zijn ontbijt serveert, terwijl een gedeeld digitaal systeem zijn verhaal vertelt aan de reiziger die hem nog niet kent. Dat is geen utopie. Dat is een keuze.
De vraag is niet óf we dit moeten doen. Westtoer neemt het voortouw. Dat is onze taak: coördineren wat de individuele ondernemer niet alleen kan dragen, zodat hij kan excelleren in wat hij beter doet dan wie ook – de gast het gevoel geven dat hij welkom is.
Wat vraag ik u?
Geen revolutie. Twee dingen.
Zoek uw bondgenoten. De uitbater drie kilometer verder is geen concurrent. Hij is een medestander in hetzelfde verhaal. Hoe meer u samen optreedt, hoe sterker u staat tegenover platformen, tegenover distributeurs, tegenover iedereen die denkt dat schaal altijd wint.
Stel de vraag aan Westtoer. Wat kan de sector samen organiseren wat elke ondernemer alleen niet kan? Dat is een legitieme vraag. En ik wil er een eerlijk antwoord op geven.
De reiziger van morgen zoekt precies wat het Brugs Ommeland heeft. Het enige wat rest, is hem laten weten dat u bestaat. Dat is geen individuele opdracht. Dat is een collectief project. En het begint vanavond – met een eerste gesprek over wat de sector samen kan organiseren wat elke ondernemer alleen niet kan.
Mocht er een Silicon Valley-goeroe in de zaal zitten, hij fluisterde nu misschien: it’s the algorithm, stupid. Maar hij zou het mis hebben. Het is het verhaal. Het was altijd het verhaal.
Dank u.